Op een ouwe fiets moet je re-integreren: het succesverhaal van Wijkbedrijf Goes

17 december 2021

Er zijn weinig fietswerkplaatsen die er zo’n chique naam op na houden: de Algemene Fiets Afhandel Centrale. ‘AFAC’ heet die werkplaats in het dagelijks taalgebruik, en ook om een andere reden is het een bijzondere werkplek. Langdurig werklozen worden er voorbereid op een betaalde baan. Fietsen repareren - en meer tegenwoordig - is niet het enige wat ze er leren. Het gaat ook om regelmaat, respect voor elkaar hebben, leiding kunnen aanvaarden. Iets wat in de veilige omgeving en de gemoedelijke sfeer aan de Columbusweg 10 in Goes heel goed lukt. 

Op de ene plek wordt een kapotte derailleur gereanimeerd. Ergens anders verdwijnt langzaam maar zeker een slag uit het wiel. Alles wat bij een ‘gewone’ fietsenwerkplaats dagelijkse kost is, gebeurt ook bij AFAC. Met één uitzondering: mensen werken hier niet alleen aan een kapotte fiets, maar vooral aan zichzelf. ‘Ze krijgen hier een contract voor een half jaar. We proberen hen binnen die tijd te laten uitstromen. Als het niet lukt, bijvoorbeeld door sociale problemen, kan die periode nog verlengd worden”, zegt Peter Moes, werkcoach bij het Wijkbedrijf Goes.

En ‘lukken’ doet het opvallend vaak. Sinds het Wijkbedrijf en de gemeente Goes vier jaar terug het initiatief hebben opgestart, hebben al tientallen kandidaten met succes de stap gezet naar betaald werk. De AFAC is inmiddels zelfs een officieel leerwerkbedrijf, met een echte fietsenmaker in dienst.

Leuk persoonlijk contact

De reden van het succes? ‘Dit is een relatief klein clubje: elke dag hooguit zes, zeven medewerkers. Sommigen hebben al een re-integratietraject achter de rug, bij een grotere organisatie. Daar ben je een nummer. Hier heb je heel leuk persoonlijk contact met de begeleiders. Chef werkplaats Jan is niet alleen heel technisch, maar ook heel sociaal. Zijn collega Wilco idem dito. Zij kunnen goed met de mensen overweg. Of je nu uit de bajes komt of je mist bepaalde vaardigheden: iedereen is hier gelijk. Jan en Wilco geven leiding maar niet op een bazige manier. Mensen krijgen hier de ruimte. Er wordt heel goed gekeken naar wat iedereen nodig heeft.’

De fietsen waar de medewerkers aan sleutelen, zijn ooit door de eigenaren ergens gestald en nooit meer opgehaald. Bij ongeveer één op de vijf is repareren - of zelfs renoveren - nog de moeite. Fietsen die weer rijklaar zijn gaan naar mensen rond de bijstandsgrens of die voor hun baan of opleiding een fiets nodig hebben. In die veilige omgeving waar ook ruimte is voor een geintje krijgen medewerkers de tijd om het verleden achter zich te laten. 

Niveaus verschillen

Peter: ‘Mensen kunnen om allerlei redenen zijn uitgevallen. Ze missen sociale eigenschappen, ze moeten na een ongeval hun leven zien op te pakken, ze hebben een vorm van autisme. Maar ze missen allemaal regelmaat, werknemersvaardigheden of het vertrouwen in zichzelf. Ook de niveaus verschillen. Je hebt er mensen bij met een lts-opleiding, maar ook iemand die ooit aan een universitaire studie is begonnen en toevallig wel graag met zijn handen werkt. Die heeft weer moeite om zich te focussen op een taak. Dat kan hij hier leren.’

Ook een aanleg voor techniek is niet onhandig, erkent Peter. ‘Ja, fietsen maken is een vak apart. Sommigen pakken het heel snel op, anderen niet. We hebben goeie jongens gehad die al na twee maanden een betaalde baan kregen.’ Lachend: ‘En daar was chef werkplaats Jan helemaal niet blij mee, dat hij al zo snel vertrok.’

Negatieve invloed

Niet elke medewerker is een succesverhaal, weet hij. ‘Je hebt er weleens iemand bij die niet helemaal in het team past. Die heeft al gauw een negatieve invloed op de rest. Maar zo iemand krijgt ook nog kansen. Dan gaan we proberen om aan die negatieve eigenschappen te werken. Pas in het uiterste geval moeten we besluiten om afscheid van iemand te nemen.”

Medewerkers hoeven niet per se affiniteit met fietsen te hebben. ‘Je kunt hier ook werken aan scooters en elektrische fietsen. Je kunt slopen, je kunt lassen. We hebben ook mensen nodig voor het vervoer van onderdelen of het wegbrengen van fietsen naar het milieustation. En we zijn uitgebreid met een repairshop, met werkzaamheden op het gebied van installatie en constructie. Daar valt ook hout onder. We hebben opdrachten gehad om houten tafels, lampen en barbecues te maken. En sinds kort werken we samen met een vrachtwagenbedrijf waarvoor we de auto’s schoonmaken.’

Nazorg en coaching

Drie dagen per week is de AFAC geopend, tegenwoordig uitgebreid met de repairshop als tweede locatie. Met dank aan de overspannen arbeidsmarkt - ‘het vak van fietsenmakers sterft langzaam uit’ - zijn er genoeg betaalde banen voorhanden. Peter: ‘Ook als medewerkers na een half jaar uitstromen houden we nog contact. We doen sowieso nog aan nazorg en coaching na die tijd. En medewerkers kunnen hier altijd binnenlopen.’

Op de hoogte blijven van alles rondom Oog voor Elkaar? Volg ons op LinkedIn.