Blog: Het bestaansrecht van de huishoudelijke hulp

26 augustus 2015

De Wmo begint een zorgenkindje te worden. Het moet anders. En het kan ook anders. Dat vergt alleen wel een beetje durf.

Het lijkt er soms wel op dat overheden de huishoudelijke hulp het liefst in zijn geheel willen wegbezuinigen, ook om maar van alle organisatorische problemen af te zijn. Dat zou echter penny wise, pound foolish zijn. Huishoudelijke hulp is de lichtste vorm van ondersteuning thuis. Als we die wegbezuinigen neemt het risico op zwaardere en duurdere vormen van zorg toe. Maar hoe organiseren wij effectieve ondersteuning met kleinere budgetten? Volgens Wouter Hart, auteur van 'Verdraaide organisaties', kun je de systeemwereld doorbreken door terug te gaan naar de oorspronkelijke bedoeling van een product of dienst. Dat werkt ook bij de huishoudelijke hulp. Waarom is de gemeente ooit begonnen met het financieren van huishoudelijke hulp? Niet om mensen comfort te bieden of te helpen om hun huis schoon te houden. Huishoudelijke hulp is bedoeld om de zelfredzaamheid van mensen te vergroten en er zo voor te zorgen dat ze mee kunnen in de maatschappij. 

Grotere zelfredzaamheid 
Cruciaal is natuurlijk wel dat de dienstverlening daadwerkelijk bijdraagt aan een grotere zelfredzaamheid. Is een bewoner niet in staat om zelf zijn huis schoon te maken, dan liggen vervuiling en hierdoor sociaal isolement op de loer. Dan is de functie schoonmaken wel degelijk van belang. Maar het kan ook anders. Bijvoorbeeld samen met de klant schoonmaken, waarbij een klant zoveel mogelijk zelf doet. Of de zorgverlener verbindt de klant met andere personen of initiatieven. De taak van de hulp ligt dan veel meer in het activeren en actief signaleren als het minder gaat met een klant. Per klant doen wat nodig is. Niet de financiering zou daarbij leidend moeten zijn, maar wat een klant echt helpt en sterker maakt. Een goed opgeleide hulp kan ook best ondersteunen bij het eten, een koppeling maken met een vrijwilliger of ondersteunen bij eenvoudige persoonlijke verzorging. Helaas biedt de huidige wijze van financieren niet de mogelijkheid om op een écht vernieuwende manier aan de slag te gaan. Aanbieders zouden veel meer vrijheid moeten krijgen. Gemeenten zouden de durf moeten hebben om het gehele Wmo-budget op wijkniveau over te hevelen naar één of enkele aanbieders. Zonder ordnerdikke overeenkomsten, want één opdracht volstaat: verhoog aantoonbaar de zelfredzaamheid in deze wijk. 

Stappen maken 
Nu kunnen we natuurlijk makkelijk naar de overheid wijzen en zeggen dat er geen ruimte geboden wordt om te doen wat nodig is, maar dat is te makkelijk. Er zijn best een aantal gemeenten die mooie stappen maken en experimenten op dit vlak. Zoals de gemeente Amsterdam die met een verkenning is gestart om de rol van de huishoudelijke hulp te integreren met ambulante begeleiding. Dat kan wat mij betreft meer en sneller, maar het euvel ligt zeker ook bij de aanbieders. Ook zij zouden meer moeten focussen op de bedoeling van de huishoudelijke hulp: het realiseren van zelfredzaamheid. De resultaten hiervan zouden ze inzichtelijk moeten maken. Sommige gemeenten zullen dat waarderen. De gemeenten die echter blijven kiezen voor lagere tarieven, kiezen daarmee ook voor verdere ontmanteling van ondersteuning bij het huishouden. Dat betekent ook voor aanbieders keuzes maken. Wij zijn gestart, wie durft te volgen? 

Wouter Poels 
Manager Markt en Ontwikkeling Axxicom


Dit blog verscheen eerder op skipr.nl.